FIS onderzoek

TESTEN OP FIS
Een FIS test is aan te bevelen als u wilt fokken met uw pony, en is bovendien verplicht voor hengsten die in aanmerking willen komen voor een deklicentie. In dat laatste geval moet de testuitslag bij het secretariaat bekend zijn voorafgaand aan de hengstenkeuring!
Wanneer u een test wilt laten uitvoeren, dient u onderstaand formulier te laten invullen door uw dierenarts. Het is verplicht om een dierenarts de haren te laten trekken!
FIS formulier, in laten vullen door uw dierenarts s.v.p. 

Wat is het Foal Immunodeficiency Syndrome?

Het Foal Immunodeficiency Syndrome (FIS) is een fatale ziekte bij jonge Fell Pony veulens. Het is een erfelijke en dodelijke ziekte die waarschijnlijk wijd verspreid in het ras is; schattingen gaan er vanuit dat 30-60% van de populatie drager is van deze ziekte. Daarnaast zijn er ook gevallen bekend bij Dales pony’s.

Ontwikkeling van de ziekte

Een syndroomveulen wordt levend en op het oog gezond geboren, maar overlijdt binnen 2-3 maanden. Na de geboorte ontwikkelt het veulen zich niet zoals gezonde veulens. Binnen een paar weken beginnen syndroomveulens conditie te verliezen en ontwikkelen allerlei klachten. Behandeling levert alleen een korte verlenging van het leven op, maar alle veulens sterven uiteindelijk aan de klachten, of worden geëuthaniseerd.

Hoe herkent u een mogelijk syndroomveulen?

De volgende klachten kunnen voorkomen (ze hoeven dus niet allemaal voor te komen!):

  • Koorts
  • Diarree
  • Bleke slijmvliezen
  • Sloomheid, lusteloosheid
  • Het veulen blijft achter in de ontwikkeling
  • Slechte moeder-veulen binding
  • Luchtweginfecties (neusuitvloeiing, overvloedige speekselproductie, kuchen, hoesten, longontsteking)
  • Beslag (achter) op de tong, veroorzaakt door de candida kiem (een schimmelinfectie)
  • Een bruine vacht met een rood halo
  • Blindheid, ontstaan door ontstekingen aan de ogen


Een syndroomveulen zit niet lekker in zijn vel.

Voor alle afwijkingen geldt dat hoe ouder het veulen is, hoe ernstiger de afwijkingen zijn.

Let op: wanneer u een ziek veulen heeft, hoeft dit niet automatisch te betekenen dat het veulen lijdt aan het syndroom. Raadpleeg altijd een dierenarts en wijs de dierenarts op het bestaan van het syndroom.

Oorzaak van het syndroom

FIS wordt gekenmerkt door een niet goed werkend afweersysteem en ernstige bloedarmoede.

Een veulen krijgt via de biest afweerstoffen binnen. Na een paar weken gaat een gezond veulen zijn eigen afweerstoffen aanmaken, en kan het veulen zijn eigen afweersysteem op peil houden.

Een syndroomveulen kan geen eigen afweerstoffen aanmaken. Rond de leeftijd van 3 tot 4 weken gaat de weerstand van een syndroomveulen achteruit. De via de biest binnengekregen afweerstoffen zijn dan verbruikt en er worden geen nieuwe afweerstoffen aangemaakt. Infecties die normaal gesproken geen problemen veroorzaken, kunnen nu toeslaan. De conditie van het syndroomveulen gaat hierdoor achteruit, en uiteindelijk overlijdt het dier.

Erfelijkheid

FIS is erfelijk en wordt door de ouders doorgegeven aan het veulen. Om een syndroomveulen te krijgen, moeten beide ouders drager zijn van het afwijkende gen (=stukje erfelijk materiaal) dat de ziekte veroorzaakt. Als beide ouders drager zijn, is er een kans op een veulen met het syndroom.

Let op:

  • Ouderdieren hebben zelf de ziekte niet en zijn dus wat dat betreft gezond! Ze kunnen hooguit drager zijn.
  • Als beide ouderdieren drager zijn, is er een kans dat het veulen het syndroom krijgt. Er is echter een grotere kans dat het veulen gezond is!!! Een gezond veulen kan óf zelf drager zijn, óf geen drager zijn.
  • Een pony die drager is (wat op dit moment nog uitsluitend bewezen kan worden indien het dier een syndroomveulen als nakomeling krijgt), is geen slechte pony en is nog steeds geschikt voor de fok. Alleen wanneer deze pony gekruist wordt met een andere drager, bestaat er een kans dat er in de toekomst weer syndroom nakomelingen geboren worden. Evengoed kunnen er ook gezonde veulens geboren worden!
  • Het is zonder uitvoering van een dragerstest praktisch ONMOGELIJK om te kunnen zeggen of een pony géén drager (dragervrij) is. Ook een drager kan achter elkaar 10 gezonde veulens krijgen – zekerheid is er pas wanneer er een dragerstest is uitgevoerd. 

Dragertest

In december 2009 is bekend geworden dat de onderzoekers van Liverpool en Animal Health Trust in Newmarket het gen geïdentificeerd hebben dat verantwoordelijk is voor FIS.

Per 1 februari 2010 is er een test beschikbaar waarmee getest kan worden op FIS. Deze test is geschikt voor alle pony’s, dat wil zeggen:

  • Als u wilt weten of uw pony drager is van het FIS gen, kunt u deze test als dragertest laten uitvoeren. U weet dan definitief of uw pony wel of geen drager is.
  • Als u een veulen heeft waarvan u vermoedt dat het een syndroomveulen is, kan met deze test definitief vastgesteld worden of het inderdaad om een FIS veulen gaat.


Een syndroomveulen mist de levendigheid van een gezond veulen.

Hoe werkt de FIS test?

In Nederland voert het Van Haeringen Instituut in Wageningen de test uit en stuurt de uitslag naar het stamboekbureau. De uitslag is dan meteen bekend bij het stamboekbureau, dus niet anoniem. Spoedprocedures (bij verdenking van een veulen dat lijdt aan FIS) zijn in Nederland niet mogelijk.

Engeland:

Per juli 2020 is Animal Health Trust gesloten. Het is daardoor niet langer mogelijk om (spoed)tests in Engeland te laten uitvoeren.

Uitslag FIS test

De uitslag van de test kan als volgt zijn:

  • “Clear” – De pony is gezond en geen drager.
  • “Carrier” – De pony is gezond maar drager van het FIS gen.
  • “Affected” – Het veulen lijdt aan FIS, wat dodelijk is.

Uitslag test – en nu?

Animal Health Trust adviseert dat men blijft fokken met dragers om te voorkomen dat de fokpopulatie kleiner wordt en er wenselijke eigenschappen van het ras verloren gaan.

  • Wanneer u een dragervrije pony heeft, kunt u deze met zowel een drager als een niet-drager kruisen. U krijgt nooit een FIS-nakomeling.
  • Wanneer u een drager heeft en deze kruist met een niet-drager, zult u nooit een FIS-veulen krijgen. Nakomelingen van zo’n kruising zullen in de helft van de gevallen dragervrij zijn en in de helft van de gevallen ook zelf weer drager.
  • Wanneer u een drager heeft en deze kruist met een ander pony die ook drager is, bestaat er een kans op een FIS veulen (25%). U heeft daarnaast 75% kans op een gezond (niet-FIS) veulen dat al dan niet drager is.

Meer informatie

Wanneer u meer wilt weten over FIS, over testen op FIS, over fokken met FIS dragers of bij verdenking van een FIS-veulen kunt u rechtstreeks contact opnemen met het stamboekbureau of met één van de bestuursleden.